ECLI:NL:RBDHA:2017:11714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid herhaalde asielaanvraag Ethiopische aanvrager
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, had eerder een asielaanvraag ingediend die was afgewezen en waarvan het hoger beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond was verklaard. In de onderhavige procedure werd de herhaalde aanvraag niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat geen nieuwe relevante elementen waren aangevoerd.
Eiser bracht nieuwe elementen in, waaronder een brief van een ex-collega die stelde dat de lokale burgemeester op de hoogte was van zijn politieke activiteiten en een bijeenkomst van het Oromo Liberation Front (OLF) in Nederland waar eiser kritisch zou zijn geweest over de Ethiopische regering. Verweerder vond deze elementen onvoldoende aannemelijk en niet relevant voor de beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de ex-collega niet als objectief bewijs kon worden beschouwd en dat het feit dat deze ex-collega een asielvergunning in Canada heeft gekregen niet relevant is voor de situatie van eiser. Ook het filmpje van de bijeenkomst en het vermelden van eiser op het programma werden onvoldoende aannemelijk geacht om te concluderen dat de Ethiopische autoriteiten op de hoogte zijn van zijn activiteiten.
De rechtbank volgde verweerder in zijn oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag is ongegrond verklaard.