ECLI:NL:RBDHA:2017:11836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen tijdelijke inname paspoort wegens intrekking verblijfsvergunning
Eiseres, houdster van de Chinese nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier die met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens. Haar paspoort werd op 7 juli 2016 tijdelijk ingenomen door de politie. Hoewel verweerder aanvankelijk erkende dat er toen onvoldoende grond was voor inname, werd later vastgesteld dat eiseres geen rechtmatig verblijf meer had, waardoor de inname gerechtvaardigd was.
Eiseres voerde aan dat verweerder een nieuw besluit had moeten nemen over de inname en dat zij haar paspoort nodig had voor identificatie. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening geen rechtmatig verblijf creëert en dat het belang van de Minister bij het veiligstellen van het paspoort zwaarder weegt dan het belang van eiseres.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder terecht van het horen in bezwaar kon afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep van eiseres werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke inname van het paspoort wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.