ECLI:NL:RBDHA:2017:11861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, een Iraanse Koerd, vroeg in 2015 een verblijfsvergunning asiel aan, nadat hij in Iran was opgepakt en gemarteld wegens vermeende politieke activiteiten voor de verboden Komala-partij. De Staatssecretaris wees de aanvraag in 2017 af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de vrijspraak en lidmaatschap van Komala.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris onvoldoende en onvoldoende controleerbaar heeft gemotiveerd waarom bepaalde elementen van het relaas ongeloofwaardig zouden zijn. De rechtbank wijst erop dat het ontbreken van documenten niet doorslaggevend is en dat de bevreemdingwekkende elementen onvoldoende zijn onderbouwd. Ook is verweerder tekortgeschoten in het toetsen van de verklaringen aan openbare gezaghebbende bronnen over de Komala en het Iraanse optreden tegen deze partij.
Gelet hierop vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de Staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de door eiser ingebracht bewijsstuk van de Komala-partij wordt betrokken. Tevens veroordeelt de rechtbank de Staatssecretaris in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.