ECLI:NL:RBDHA:2017:11867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van homoseksualiteit wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende vervolgingsgevaar in Algerije. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid gevangen had gezeten en na vrijlating moest vluchten wegens bedreiging.
Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, achtte de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar betwijfelde de opgave van zijn homoseksualiteit en de daaraan verbonden vervolgingsrisico's. De rechtbank toetste de geloofwaardigheid aan de hand van de Werkinstructie 2015/9, waarbij vooral het proces van bewustwording en zelfacceptatie centraal stond.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende concreet kon verklaren over zijn seksuele gerichtheid, het ontstaan van zijn relaties en zijn ervaringen daarmee. Ook was onvoldoende aannemelijk dat zijn detentie verband hield met zijn homoseksualiteit. Hierdoor werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op asiel wegens homoseksualiteit wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid.