ECLI:NL:RBDHA:2017:12109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg voor minderjarige met PTSS
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van de minderjarige en machtiging tot opname in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De minderjarige kampt met chronische PTSS en een verstoorde relatie met de moeder, die wisselend bereid is hulpverlening te accepteren. De ouders verkeren in conflict, wat de situatie bemoeilijkt.
De moeder betwistte de noodzaak van ondertoezichtstelling, stellende dat zij meewerkt aan hulpverlening en dat het contact met de jeugdbeschermer problematisch verloopt. Zij stemde wel in met de machtiging tot uithuisplaatsing, omdat dit in het belang van de minderjarige is. De minderjarige vond de gevraagde duur van de gesloten opname te lang en verzocht om verkorting.
De kinderrechter oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn, gezien de ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige. De gesloten opname is noodzakelijk om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de benodigde hulp onttrekt. Gezien de problematiek en het behandeltraject bij Hand in Hand is de gevraagde duur passend.
De kinderrechter stelde de minderjarige van 15 oktober 2017 tot 15 september 2018 onder toezicht en verleende machtiging tot opname in gesloten jeugdhulp van 15 oktober 2017 tot 15 juni 2018. De beschikking is openbaar uitgesproken en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld en krijgt machtiging tot verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de gevraagde duur.