ECLI:NL:RBDHA:2017:12177
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Finland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder, de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, wees het verzoek af op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Finland als lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublinverordening.
De rechtbank overwoog dat Nederland in dit geval mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Finland, aangezien Finland gebonden is aan het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en relevante EU-richtlijnen. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit vertrouwensbeginsel niet toegepast kon worden, onder meer omdat hij zijn beweringen over zijn positie en bejegening in Finland niet met bewijs ondersteunde.
Ook werd niet onderbouwd dat eiser rechtsmiddelen in Finland kon instellen tegen een afwijzende beschikking, noch dat Finland het verbod op refoulement zou schenden. De rechtbank concludeerde dat het besluit van verweerder om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.