Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]
thans de minister van Veiligheid en Justitie,verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende op 4 september 2015 een asielaanvraag in, waarbij zij stelde dat zij vanwege haar afkomst en HIV-status niet kon terugkeren naar Ethiopië. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verleende slechts uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn, maar dat de bejegening vanwege de vermeende 'budha'-afkomst van haar moeder niet aannemelijk is en onvoldoende ernstige beperkingen oplevert. Hoewel eiseres lijdt aan HIV en er in Ethiopië geen behandelmogelijkheden zijn, is dit op zichzelf geen grond voor asiel, conform het beleid en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank concludeerde dat de asielgerelateerde gronden onvoldoende zijn voor verlening van een verblijfsvergunning en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard; geen verblijfsvergunning wordt toegekend.