ECLI:NL:RBDHA:2017:12223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Eiseres was werkzaam als agrarisch medewerker en meldde zich ziek met schouderklachten en een gebroken vinger. Na een Eerstejaars Ziektewet Beoordeling werd zij geschikt geacht voor passend ander werk. Haar Ziektewetuitkering werd beëindigd en zij werd in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering. Vanaf januari 2017 meldde zij zich opnieuw ziek, maar de uitkering op grond van de Ziektewet werd geweigerd.
Eiseres voerde aan dat haar klachten verergerd waren en dat zij ook psychische klachten had, waarvoor zij medicatie kreeg. Zij bracht medische stukken in, waaronder rapporten van psychologen en fysiotherapeuten. De verzekeringsartsen voerden echter een zorgvuldig onderzoek uit en concludeerden dat haar beperkingen niet waren toegenomen en dat zij geschikt was voor de functie van productiemedewerkster.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld en dat er geen reden was om aan het oordeel van de verzekeringsartsen te twijfelen. Ook vond de rechtbank geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Gezien de Functionele Mogelijkhedenlijst achtte de rechtbank eiseres geschikt om meer dan 65% van het maatmanloon te verdienen, waardoor de weigering van de Ziektewetuitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.