ECLI:NL:RBDHA:2017:12253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegronde beroepsprocedure tegen terugvordering Wajong-uitkering wegens zelfstandige inkomsten
Eiseres ontving een Wajong-uitkering met toeslag, maar werd verdacht van het niet melden van inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden in de prostitutie over de periode 2009-2012. Na een strafrechtelijk onderzoek en een rapport van het UWV werd de uitkering met terugwerkende kracht beëindigd en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht werd geacht werkzaamheden als zelfstandige te verrichten en dat de hoogte van de inkomsten redelijk kon worden vastgesteld op basis van een proces-verbaal met kasopstelling. Eiseres had geen concrete tegenbewijs geleverd en had moeten begrijpen dat de inkomsten invloed hadden op haar uitkering.
De anti-cumulatiebepaling van artikel 3:48 Wet Pro Wajong werd met terugwerkende kracht toegepast. Ook de toeslag op grond van de Toeslagenwet werd terecht herzien en teruggevorderd. De rechtbank vond geen dringende redenen om terugvordering te matigen en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van de Wajong-uitkering en toeslag wordt ongegrond verklaard.