ECLI:NL:RBDHA:2017:12287

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 oktober 2017
Publicatiedatum
26 oktober 2017
Zaaknummer
NL17.9696
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMVerordening (EU) 604/2013Verordening (EU) 603/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië

Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 14 juni 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij op 6 november 2016 illegaal via Italië de EU-buitengrens was binnengekomen. Op grond van de Dublinverordening werd Italië verzocht de asielaanvraag over te nemen. Omdat Italië niet tijdig reageerde, ontstond een fictief claimakkoord waarna eiser op 18 mei 2017 aan Italië werd overgedragen.

Eiser keerde op 10 juni 2017 terug naar Nederland en vroeg opnieuw asiel aan. Nederland verzocht Italië op 17 juni 2017 om terugname, waarop Italië wederom niet tijdig reageerde, waardoor Italië sinds 18 augustus 2017 verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De staatssecretaris nam de aanvraag van eiser niet in behandeling vanwege deze verantwoordelijkheid van Italië.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft verwezen naar jurisprudentie en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Italië geen asiel kan aanvragen of dat er sprake is van tekortkomingen in het Italiaanse systeem die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Ook is niet gebleken dat eiser geen toegang tot rechtsbijstand in Italië heeft. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.9696

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie,verweerder
(gemachtigde: drs. J.D. Albarda).

Procesverloop

Bij besluit van 27 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.9697, plaatsgevonden op 19 oktober 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer O. Al Othman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1995 en de Syrische nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 14 juni 2017 deze asielaanvraag ingediend.
2. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 6 november 2016 de buitengrens van de lidstaten die gebonden zijn aan de Verordening (EU) 603/2013 (Eurodacverordening) op illegale wijze heeft overschreden via Italië. Gelet hierop heeft verweerder de autoriteiten van Italië op grond van Verordening (EU) 604/2013 (Dublinverordening) op 18 januari 2017 verzocht eiser over te nemen. De Italiaanse autoriteiten hebben hier niet tijdig op gereageerd zodat op grond van artikel 22 van Pro de Dublinverordening sinds 19 maart 2017 sprake is van een fictief claimakkoord. Eiser is op 18 mei 2017 overgedragen aan de Italiaanse autoriteiten. Op 10 juni 2017 heeft eiser zich weer gemeld bij de Nederlandse autoriteiten. Italië is op 17 juni 2017 gevraagd om betrokkene terug te nemen. De autoriteiten van Italië hebben niet tijdig gereageerd op het verzoek, waardoor de verantwoordelijkheid van Italië daarmee sinds 18 augustus 2017 vaststaat.
3. Verweerder heeft in zijn besluitvorming niet ten onrechte verwezen naar de jurisprudentie ten aanzien van de asielprocedure in Italië en heeft zich niet ten onrechte kunnen beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit de aanzegging die eiser heeft ontvangen om Italië te verlaten blijkt niet dat eiser niet zal worden toegelaten tot de asielprocedure in Italië. Gebleken is dat eiser geen asiel heeft aangevraagd in Italië omdat hij in Nederland asiel wilde aanvragen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor hem niet mogelijk is om in Italië asiel aan te vragen. Dat eiser dit niet wil, staat hier los van. De aanzegging is gelet hierop, niet in strijd met het non-refoulementbeginsel uit artikel
3 van het Europees Verdrag inzake de bescherming van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM). Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in Italië sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen waardoor niet meer uitgegaan zou kunnen worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser dient bij de Italiaanse autoriteiten te klagen indien zich problemen voordoen in de asielprocedure.
4. Voorts constateert de rechtbank dat uit de aanzegging om Italië te verlaten blijkt dat eiser rechtsbijstand kan krijgen in Italië. De beroepsgrond van eiser, dat dit niet zo is, slaagt niet. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, in zijn geval, geen toegang tot rechtsbijstand had.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2017.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel