ECLI:NL:RBDHA:2017:12468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Cubaanse homoseksuele vrouw wegens onvoldoende zwaarwegend risico
Eiseres, een Cubaanse vrouw die zich identificeert als homoseksueel en travestiet, vroeg asiel aan in Nederland vanwege discriminatie en mishandeling in haar land van herkomst. Zij stelde dat zij vanwege haar seksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet veilig was in Cuba en daarom bescherming nodig had.
De staatssecretaris wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod op. De rechtbank stelde vast dat het asielrelaas van eiseres geloofwaardig was, maar dat de problemen die zij ondervond niet zwaarwegend genoeg waren om haar als vluchteling aan te merken of haar bescherming te bieden op grond van het EVRM. De rechtbank overwoog dat zij ondanks discriminatie in staat was geweest om onderwijs te volgen, te werken en in haar levensonderhoud te voorzien.
Daarnaast was niet aannemelijk dat eiseres door de autoriteiten specifiek vanwege haar geaardheid werd vervolgd. De situatie in Cuba is volgens de rechtbank verbeterd, met wettelijke bescherming tegen discriminatie en maatschappelijke veranderingen. Het verlies van haar paspoort en vliegticket werd door de staatssecretaris als te kwader trouw beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.