Uitspraak
Beschikking op het op 14 januari 2016 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- het verzoekschrift;
- de brief d.d. 31 maart 2016 van de IND;
- de brief d.d. 13 juli 2016 van de IND;
- de brief d.d. 22 augustus 2016 van de officier van justitie.
- verzoekster en haar advocaat;
- de vader van verzoekster;
- mr. C.M. Meijer namens de IND.
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- De moeder van verzoekster, mevrouw [de moeder] (hierna: de moeder) en de heer [de man] (hierna: [de man] ) zijn met elkaar gehuwd geweest van 16 april 1987 tot 14 september 1992.
- Verzoekster is geboren uit de moeder op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . De geboorte van verzoekster vond plaats 294 dagen na de ontbinding van het huwelijk van de moeder en [de man] .
- De moeder en [de man] hadden ten tijde van de geboorte van verzoekster beiden de Egyptische nationaliteit.
- [de man] is van 15 december 1992 tot 12 september 1997 gehuwd geweest met mevrouw [de vrouw] .
- Op [geboortedatum] werd uit de moeder geboren [de zus van verzoekster] (hierna: [de zus van verzoekster] ).
- Bij Koninklijk Besluit van 5 november 1996 verkreeg [de man] de Nederlandse nationaliteit door naturalisatie. In het naturalisatiebesluit was een algemeen voorbehoud opgenomen, inhoudende dat het Nederlanderschap werd onthouden aan de minderjarige kinderen van de genaturaliseerden aan wie geen verblijf voor onbepaalde tijd binnen het Koninkrijk was toegestaan.
- Verzoekster woonde op de datum van het naturalisatiebesluit van [de man] met haar moeder in het buitenland.
- Verzoekster is in 1997 met haar moeder weer in Nederland gaan wonen.
- Op 28 augustus 1999 heeft [de man] [de zus van verzoekster] erkend. Hiermee heeft [de zus van verzoekster] de Nederlandse nationaliteit verkregen.
- Op 8 april 1999 zijn de moeder en [de man] te Amsterdam opnieuw gehuwd.
- Verzoekster heeft in ieder geval de Egyptische nationaliteit.