ECLI:NL:RBDHA:2017:12471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van lesbische geaardheid wegens ongeloofwaardigheid
Eiseres, een vrouw met de Zimbabwaanse nationaliteit, diende een derde asielaanvraag in met als grond haar lesbische geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in haar land van herkomst. De staatssecretaris wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij hij het relaas van eiseres over haar seksuele gerichtheid niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank bevestigt dat de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig zijn, maar concludeert dat haar verhaal over haar lesbische geaardheid en de gevolgen daarvan onvoldoende aannemelijk is. De rechtbank baseert zich op de vaste onderzoeksmethode volgens de Werkinstructie 2015/9, waarbij verweerder zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en de verklaringen van eiseres kritisch heeft beoordeeld. Er zijn tegenstrijdigheden en vaagheden in haar relaas, met name over haar bewustwording, zelfacceptatie en relaties.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade, zodat zij niet als vluchteling kan worden aangemerkt. Ook de door eiseres aangevoerde medische omstandigheden rechtvaardigen geen verlenging van de vertrektermijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de lesbische geaardheid.