ECLI:NL:RBDHA:2017:12497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op continuering opvang asielzoeker na beëindiging voorzieningen
Eiser verzocht om continuering van opvangvoorzieningen na bericht van beëindiging door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Na een voorlopige voorziening werd afgewezen, nam verweerder een besluit tot afwijzing van het verzoek. Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit en tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 1 februari 2017 een alsnog genomen besluit is, waardoor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is omdat eiser geen belang bij handhaving van dat beroep heeft gesteld. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard omdat eiser niet tot de categorieën vreemdelingen behoort die recht hebben op opvang volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005).
De rechtbank stelde vast dat er geen bijzondere omstandigheden waren die feitelijke opvang buiten de Rva 2005 rechtvaardigen. Ook de verwijzing naar artikel 3 EVRM Pro bood geen grond voor opvang, omdat geen sprake was van levensbedreigende situatie of ernstige schade. De stelling van eiser dat hij zonder onderdak en inkomen zit, werd niet voldoende onderbouwd en komt overeen met de situatie van andere vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.
De rechtbank wees het beroep af en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit tot beëindiging van opvangvoorzieningen is ongegrond verklaard.