Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Aangezien de omvang van de behoeften van persoon tot persoon sterk kan verschillen, moet deze bevoegdheid bovendien aldus worden uitgelegd dat de lidstaten wel een bepaald referentiebedrag kunnen vaststellen, maar niet dat zij een minimuminkomen kunnen bepalen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan, zonder enige concrete beoordeling van de situatie van iedere aanvrager. Deze uitlegging vindt steun in artikel 17 van Pro de richtlijn, op grond waarvan verzoeken om gezinshereniging individueel moeten worden behandeld.’