ECLI:NL:RBDHA:2017:12522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat Duitsland zich niet houdt aan de Opvang- en Procedurerichtlijn en dat de opvang en rechtsbijstand in Duitsland onvoldoende zijn, waardoor Nederland de aanvraag zelf zou moeten behandelen.
De rechtbank overwoog dat Nederland in beginsel mag vertrouwen op de verantwoordelijkheid van Duitsland, tenzij de asielzoeker aannemelijk maakt dat er sprake is van ernstige systeemfouten die leiden tot onmenselijke behandeling. Eiser slaagde hier niet in omdat zijn stellingen niet onderbouwd waren met objectieve gegevens. Ook het argument dat hij geen adequate rechtsbijstand in Duitsland zou krijgen, werd verworpen omdat het systeem van rechtsbijstand in Duitsland verschilt en niet per se ontoereikend is.
De rechtbank stelde dat klachten over de opvang in Duitsland bij de Duitse autoriteiten en eventueel het EHRM moeten worden ingebracht. Er was geen reden om aan te nemen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen jegens eiser niet zal nakomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.