ECLI:NL:RBDHA:2017:12523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van beroep tegen niet-inbehandelingname verblijfsvergunning wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eisers, Georgische nationaliteit, vroegen op 6 oktober 2016 een verblijfsvergunning aan in Nederland. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers hadden eerder een asielaanvraag in Duitsland ingediend en beriepen zich op medische noodzaak voor hun pasgeboren zoon.
De rechtbank oordeelt dat Nederland terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland volgens de Verordening (EU) 604/2013 verantwoordelijk is. Eisers konden onvoldoende aantonen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat overdracht aan Duitsland een onevenredige hardheid oplevert.
De medische verklaringen tonen aan dat de noodzakelijke zorg ook in Duitsland kan worden voortgezet. Het beroep op het arrest Tarakhel faalt omdat individuele garanties niet vereist zijn gezien het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de gemeenschappelijke gezondheidsverklaring.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inbehandelingname van de verblijfsvergunningaanvraag is ongegrond verklaard.