ECLI:NL:RBDHA:2017:12545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige politieke vervolgingsclaims uit Bangladesh
Eiser, een Bangladeshi, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vermeende politieke vervolging vanwege zijn lidmaatschap en werkzaamheden voor de Bangladesh Nationale Partij (BNP). Hij stelde dat hij na de verkiezingsnederlaag van de BNP in 2008 door leden van de tegenpartij Awami League was aangevallen en bedreigd, wat hem noopte het land te verlaten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt vast dat eiser vaag, tegenstrijdig en ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn lidmaatschap, motieven, werkzaamheden en de aard van de dreigingen. Ook zijn verklaringen over verblijfplaatsen en terugkeer naar Bangladesh stroken niet met de feitelijke paspoortstempels.
De rechtbank concludeert dat eiser niet voldoet aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van het EVRM. De aangevoerde medische rapporten en verklaringen zijn onvoldoende onderbouwd om het risico op ernstige schade aannemelijk te maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardige verklaringen.