ECLI:NL:RBDHA:2017:12582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië
Eiser, een Guinese nationaliteit dragende persoon geboren in 1998, diende op 12 mei 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 29 juni 2016 illegaal via Italië de EU-buitengrens was binnengekomen en daar ook een asielverzoek had ingediend op 5 september 2016.
De Italiaanse autoriteiten stemden in met de terugname van eiser op basis van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Italië een verboden behandeling had ondergaan of dat hij geen hulp van Italiaanse autoriteiten zou kunnen krijgen.
De rechtbank vond dat verweerder het besluit voldoende had gemotiveerd en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.