ECLI:NL:RBDHA:2017:12587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Tadzjiekse nationaliteit, diende op 16 juni 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De Nederlandse staatssecretaris van Veiligheid en Justitie besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek op grond van de Dublinverordening.
Uit het onderzoek bleek dat eiser een geldig Schengenvisum had gekregen van Litouwen, en Litouwen stemde in met de overdracht van de asielaanvraag. De rechtbank stelde vast dat de beroepsgronden van eiser grotendeels overeenkwamen met zijn eerdere zienswijze, waarop de staatssecretaris gemotiveerd had gereageerd.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een band met Litouwen geen reden is om de aanvraag in Nederland te behandelen, zeker omdat eiser dit niet nader had onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.