ECLI:NL:RBDHA:2017:12626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe elementen
Eiseres diende drie asielaanvragen in, waarvan de eerste twee werden afgewezen wegens twijfel aan haar Burundische nationaliteit en identiteit. De tweede aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen nieuwe elementen waren die de beoordeling van de asielaanvraag konden beïnvloeden. De derde aanvraag, ondersteund door een attestation van de Burundische ambassade, werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelt dat de attestation geen officieel identiteitsdocument is en onvoldoende bewijs levert om de identiteit en nationaliteit van eiseres te bevestigen. De verklaring is niet voorzien van een pasfoto of vingerafdrukken en is gebaseerd op eerder frauduleus verkregen documenten. Ook de e-mail van de ambassade die de attestation ondersteunt, wordt niet als overtuigend bewijs beschouwd.
Eiseres voerde aan dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de Procedurerichtlijn, maar de rechtbank stelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat nationale wetgeving hiermee in strijd is. Verweerder heeft terecht gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de derde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.