ECLI:NL:RBDHA:2017:12666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zorg op grond van de Wet langdurige zorg wegens ontbreken verstandelijke handicap
Eiser vroeg om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) met als grondslag een verstandelijke handicap. De Raad van bestuur van het centrum indicatiestelling zorg (CIZ) wees de aanvraag af omdat de beperkingen van eiser voortkomen uit een psychiatrische aandoening en niet uit een verstandelijke beperking. De rechtbank toetste de medische adviezen waarop het besluit was gebaseerd en concludeerde dat het IQ van eiser pas in 2015 was geschat en dat er geen bewijs was dat beperkingen al voor zijn 18e jaar aanwezig waren.
De rechtbank nam mee dat de IQ-testresultaten mogelijk zijn beïnvloed door psychiatrische problematiek, medicatie en middelengebruik. Ook was onvoldoende informatie beschikbaar over de periode vóór zijn 18e jaar. De rechtbank volgde het standpunt van de medisch adviseurs dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor een verstandelijke handicap die toegang tot de Wlz rechtvaardigt.
Verder overwoog de rechtbank dat psychiatrische problematiek op zich geen toegang tot de Wlz geeft, conform de wetsgeschiedenis. Eiser kon daarom geen rechten ontlenen aan de Wlz. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag tot zorg op grond van de Wlz bleef afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor zorg op grond van de Wlz wegens het ontbreken van een verstandelijke handicap.