ECLI:NL:RBDHA:2017:12720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend in Nederland. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam haar aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk was voor de behandeling. Italië reageerde niet tijdig op het verzoek tot overname, waardoor een fictief akkoord ontstond.
Eiseres voerde aan dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om haar relatie met een in Nederland verblijvende neef te melden tijdens het aanmeldgehoor, mede door taalproblemen en vermoeidheid. De rechtbank oordeelde dat zij hierover voldoende was geïnformeerd en dat het ontbreken van melding van de neef geen belangenverlies opleverde. Ook verwees de rechtbank naar het verslag van het gehoor waarin eiseres werd gewezen op het belang van het melden van familieleden.
Daarnaast stelde eiseres zich op het standpunt dat de overdracht aan Italië onevenredige hardheid zou veroorzaken, mede gelet op haar kwetsbaarheid als alleenstaande vrouw. De rechtbank vond geen vergelijkbare situatie met het arrest Tarakhel van het EHRM en achtte de enkele aanwezigheid van de neef in Nederland geen bijzondere omstandigheid om de asielaanvraag aan zich te trekken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh op 17 augustus 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag werd ongegrond verklaard.