Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2017 in de zaak tussen
[eiser], te [plaats], eiser
[B.V. X], te [plaats]
Rechtbank Den Haag
Eiser was sinds 2002 werkzaam bij een bedrijf en meldde zich in december 2014 ziek met voetklachten, later gevolgd door psychische klachten. Na een aanvraag in september 2016 weigerde het UWV per december 2016 een WIA-uitkering toe te kennen omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, onderbouwd met een brief van een psychiater. De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van verzekeringsartsen als zorgvuldig en vond geen aanleiding om het oordeel te betwijfelen.
Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geschikt is voor de geduide functies, ondanks enige overschrijding van belastbaarheid. De rechtbank oordeelde dat sociaal-maatschappelijke problemen buiten de beoordeling blijven.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de weigering van de WIA-uitkering in stand. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.