ECLI:NL:RBDHA:2017:12856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Ethiopische Oromo wegens onvoldoende geloofwaardigheid en reëel risico
Eiser, een minderjarige Ethiopische Oromo, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege de vermeende vermissing en dood van zijn vader na deelname aan een demonstratie en zijn eigen detentie na protesten tegen het masterplan van de Ethiopische regering.
De staatssecretaris wees het verzoek af op grond van onvoldoende geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser over de gebeurtenissen rondom zijn vader en zijn eigen detentie. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij werd meegewogen dat eiser onvoldoende concrete details gaf over de rol van zijn vader, de omstandigheden van diens vermissing en zijn eigen vrijlating.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een in artikel 3 EVRM Pro verboden behandeling. De Oromo worden niet als kwetsbare minderheid aangemerkt en deelname aan demonstraties zonder lidmaatschap van een oppositiepartij leidt niet tot een verhoogd risico.
De gedragswetenschappelijke rapportage over de introverte aard van eiser bood onvoldoende verklaring voor het gebrek aan detail in zijn relaas. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid en ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM.