ECLI:NL:RBDHA:2017:13358
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas over relatie en vervolging in Iran
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van vermeende vervolging vanwege een relatie met een vrouw wier echtgenoot een hoge militair was. Hij stelde dat hij vanwege deze relatie en een arrestatiebevel het land moest verlaten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas ongeloofwaardig werd bevonden. De rechtbank bevestigde dit oordeel na onderzoek, waarbij werd overwogen dat eiser vaag, summier en tegenstrijdig had verklaard over de relatie en de omstandigheden daaromheen. Ook ontbraken ondersteunende documenten.
De rechtbank vond het ongeloofwaardig dat een relatie met de dochter van een hoge veiligheidsfunctionaris zo lang onopgemerkt kon blijven, mede gelet op de culturele context in Iran. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig verhaal over de relatie en vervolging.