Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser,
voorheen de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Rechtbank Den Haag
Eisers, drie Sikhs uit Afghanistan, dienden opvolgende asielaanvragen in die door de minister van Veiligheid en Justitie werden afgewezen als kennelijk ongegrond. Eerder was hun asielaanvraag afgewezen, waarna de rechtbank aanvankelijk hun beroep gegrond verklaarde, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde deze uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet tot vergunningverlening leidt indien sprake is van ambtelijke misslagen of onjuiste beleidsuitvoering. Eisers stelden dat het beleid was gewijzigd en zij zonder meer als vluchteling moesten worden toegelaten, verwijzend naar een brief van de staatssecretaris en rapporten over de situatie van Sikhs in Afghanistan.
De rechtbank oordeelde dat het beleid niet is gewijzigd en dat eisers onvoldoende individuele indicaties hebben aangevoerd die hun vrees voor vervolging aannemelijk maken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eerdere vergunningen aan Sikhs het gevolg waren van ambtelijke misslagen. De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvragen blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard en de afwijzing van hun asielaanvragen blijft in stand.