ECLI:NL:RBDHA:2017:13513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 29 juni 2017 waarin de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie hun asielaanvragen niet in behandeling nam, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen. De rechtbank heeft op 20 juli 2017 de zaken behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.
Niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is op grond van eerdere asielaanvragen van eisers in dat land. Het geschil betrof de vraag of Nederland de behandeling op grond van artikel 17 van Pro Verordening 604/2013/EU (Dublinverordening) toch aan zich moest trekken, omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet meer zou gelden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat Duitsland het Vluchtelingenverdrag en het EVRM niet juist zou toepassen. Het feit dat Duitsland eerdere aanvragen had afgewezen, is onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Eisers kunnen bij een opvolgende aanvraag in Duitsland alsnog bescherming zoeken.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.