ECLI:NL:RBDHA:2017:13521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig en gelijkluidend relaas over homoseksualiteit
Eiser, een Iraanse nationaliteit bezittende man, heeft asiel aangevraagd op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de vervolging die hij in Iran zou hebben ondervonden. Hij stelde dat een filmpje van hem en zijn partner was ontdekt door de familie, wat leidde tot een klacht en huiszoeking.
Verweerder betwistte de geloofwaardigheid van het relaas van eiser, omdat dit sterk overeenkwam met het verhaal van een andere Iraanse asielzoeker, wat volgens verweerder onaannemelijk is. Daarnaast werd betwist dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij homoseksueel is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. De rechtbank volgde het standpunt dat het gelijkluidende relaas niet aannemelijk is en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn homoseksualiteit. Ook werd het verzoek om nadere stukken afgewezen vanwege privacyredenen.
De rechtbank concludeerde dat eiser het beroep niet kon winnen en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid.