ECLI:NL:RBDHA:2017:13523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvragen wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en herkomst
Twee Somalische zussen hebben meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerste in 2011 en de daaropvolgende in 2014 en 2017. Alle aanvragen zijn afgewezen omdat zij hun identiteit en herkomst niet aannemelijk konden maken. De rechtbank bevestigt dat de geboorteverklaringen uit 2015, overgelegd bij de laatste aanvraag, niet als nieuwe elementen gelden en inhoudelijk gelijk zijn aan eerder beoordeelde documenten.
De staatssecretaris heeft de aanvragen terecht niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. De persoonlijke omstandigheden van de zussen zijn reeds beoordeeld in eerdere procedures en vormen geen nieuwe feiten. Bovendien kan zonder aannemelijkheid van identiteit en herkomst niet worden vastgesteld of er een reëel risico op vervolging of ernstige schade bij terugkeer bestaat.
De rechtbank wijst ook de door de zussen aangehaalde jurisprudentie af, omdat deze niet vergelijkbaar is met hun situatie. De beroepen tegen de niet-ontvankelijkheidsbesluiten worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de opvolgende asielaanvragen niet-ontvankelijk en de beroepen ongegrond.