ECLI:NL:RBDHA:2017:13524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende onderbouwing
Eiseres, een Pakistaanse christin, diende een asielaanvraag in na bedreigingen en geweld vanwege haar geloof en vermeende bekering van een collega. Zij baseerde haar aanvraag op incidenten waaronder een fatwa en geweld op school.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid, met name omdat eiseres het bestaan van de door haar genoemde school niet aannemelijk kon maken. In beroep overhandigde eiseres aanvullende documenten, waaronder originele stukken, foto's en een vertaling van de fatwa.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst kon de echtheid van deze documenten echter niet bevestigen door gebrek aan vergelijkingsmateriaal. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas ongeloofwaardig vond, mede vanwege tegenstrijdigheden en summiere verklaringen over de collega die centraal staat in het verhaal.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de samenwerkingsplicht, maar dat dit niet leidde tot onrechtmatigheid van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig relaas en onvoldoende bewijs.