ECLI:NL:RBDHA:2017:13705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake dwangbevel loonheffingen
Eiseres, een besloten vennootschap, stelde beroep in tegen een dwangbevel dat betrekking had op een aanslag loonheffingen over november 2016. De rechtbank hield op 22 augustus 2017 een zitting waarbij eiseres werd vertegenwoordigd door haar bestuurder. Verweerder, de ontvanger van de Belastingdienst, was niet verschenen.
Eiseres voerde onder meer aan dat het dwangbevel ten onrechte was opgelegd en stelde aanspraak te maken op schadevergoeding. Tevens deed zij een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht, onderbouwd met een aanvraag bij de gemeente voor bijstand. De rechtbank oordeelde dat het niet betalen van het griffierecht een verschoonbaar verzuim was, waardoor het beroep ontvankelijk was.
Echter, op grond van artikel 17 van Pro de Invorderingswet 1990 is de bestuursrechter niet bevoegd om over de rechtmatigheid van het dwangbevel te oordelen; dit is een zaak voor de civiele rechter. Hierdoor kon ook geen uitspraak worden gedaan over de schadevergoeding. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en wees erop dat eiseres zelf een civiele procedure moet starten om het dwangbevel aan te vechten en eventueel vrijstelling van griffierecht te verkrijgen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het dwangbevel loonheffingen.