Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2017 in de zaak tussen
[naam] , eiseres 1,
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis af te wijzen. Zij stelden dat zij de zussen zijn van de referent die een verblijfsvergunning heeft en dat zij feitelijk tot zijn gezin behoren na het overlijden van hun ouders. De rechtbank heeft beoordeeld of de familierechtelijke relatie tussen eiseressen en referent voldoende was aangetoond.
De rechtbank constateerde dat eiseressen geen documenten hebben overgelegd die hun familierechtelijke relatie met de referent bevestigen, zoals overlijdensaktes van hun ouders of geboorteaktes. De overgelegde doopaktes en een foto van een grafsteen boden onvoldoende bewijs. Verweerder had op grond van het ambtsbericht inzake Eritrea aangegeven dat relevante familieregisters beschikbaar zijn, maar eiseressen en referent hebben niet aannemelijk gemaakt waarom zij deze documenten niet konden overleggen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van bewijsnood en dat verweerder terecht geen DNA-onderzoek heeft aangeboden. Omdat de familierechtelijke relatie niet is aangetoond, was de afwijzing van de aanvraag terecht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het niet aantonen van de familierechtelijke relatie tussen eiseressen en referent.