ECLI:NL:RBDHA:2017:14026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid wegens onvoldoende onderbouwing
Eiseres, een Chinese langdurig ingezetene met een verblijfsvergunning afgegeven door Italië, vroeg een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan om als zelfstandige te werken in een vof-cafetaria. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat zij duurzaam en zelfstandig voldoende middelen van bestaan verwerft, mede vanwege het ontbreken van een ondernemingsplan en onduidelijkheid over haar werkzaamheden en toegevoegde waarde.
Eiseres betoogde dat de staatssecretaris onterecht een ondernemingsplan verlangde, verwijzend naar Richtlijn 2003/109/EG die beperkte bewijsvereisten stelt voor langdurig ingezetenen. De rechtbank oordeelde dat de richtlijn weliswaar beperkingen stelt, maar dat volgens nationaal recht en beleidsregels een ondernemingsplan vereist is om de aanvraag te beoordelen.
De rechtbank wees erop dat stukken die pas in beroep werden overgelegd, zoals belastingaangifte en jaarrekening 2016, niet in de beoordeling konden worden betrokken. Ook was onduidelijk hoe de zakelijke overeenkomst met een relatief groot winstaandeel voor een laag bedrag tot stand kwam. De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij zelfstandig en duurzaam voldoende inkomen verwerft en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meijers en griffier C.E.B. Davis op 27 november 2017. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard.