ECLI:NL:RBDHA:2017:14063
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitstel van vertrek op medische gronden
Verzoekster, met de Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door verweerder is afgewezen. Eerder was een soortgelijke aanvraag ook afgewezen en dat besluit was door de rechtbank bevestigd.
Verzoekster betoogt dat haar medische situatie ernstig is en dat uitzetting naar Suriname een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert, mede gelet op het arrest Paposhvili. Zij stelt dat de medische advisering onvoldoende is geweest en dat er geen effectieve behandeling of mantelzorg in Suriname beschikbaar is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het nieuwe BMA-advies van juni 2017 overeenkomt met het eerdere advies en dat verzoekster onder voorwaarden kan reizen zonder dat een medische noodsituatie wordt verwacht. Het beroep op het arrest Paposhvili wordt verworpen omdat de hoge drempel niet is gehaald. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek wordt afgewezen.