ECLI:NL:RBDHA:2017:14118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraakse politieagent wegens ongeloofwaardige verklaringen
Eiser, een Iraakse politieagent, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij onder commando van een militie was geplaatst en weigerde mee te werken aan het oppakken van dorpelingen, waarna hij bedreigd werd en vluchtte. Verweerder wees de aanvraag af wegens inconsistenties en ongeloofwaardigheid in het asielrelaas.
De rechtbank oordeelde dat de tegenstrijdigheden in verklaringen over gebeurtenissen in het dorp, zoals het al dan niet zien van verkrachtingen en de grootte van groepen agenten en militieleden, de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook het feit dat eiser Irak op legale wijze kon verlaten ondanks zijn bewering gezocht te worden, werd als bevreemdend beschouwd.
De rechtbank achtte de overgelegde documenten, waaronder arrestatiebevelen en rapporten, onvoldoende om het relaas te ondersteunen, mede vanwege twijfel over authenticiteit en inhoud. Gezien deze bevindingen concludeerde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aanspraak kan maken op bescherming op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen.