Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2017 op het verzet van
[opposant], opposant, V-nummer [V-nummer]
thans de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder
Rechtbank Den Haag
Opposant, een Iraakse asielzoekster afkomstig uit de Koerdische Autonome Regio, diende in 2015 een asielaanvraag in die in april 2017 werd afgewezen en haar verblijfsvergunning werd met terugwerkende kracht ingetrokken. Opposant stelde beroep in tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroepschrift niet tijdig waren ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring deed opposant verzet.
De rechtbank behandelde het verzet en overwoog dat hoewel bijzondere omstandigheden een uitzondering kunnen vormen op de termijnregels, opposant geen gegronde vrees voor eerwraak of andere bijzondere omstandigheden had aangetoond die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Het handelen van de advocaat, die te laat de beroepsgronden indiende, komt voor risico van opposant.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond omdat de eerdere uitspraak niet had beoordeeld of bijzondere omstandigheden aanwezig waren, maar handhaafde de niet-ontvankelijkheid van het beroep. Tevens veroordeelde zij de verweerder in de proceskosten van opposant ten bedrage van €495,-. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk voor zover het het beroep betreft.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van beroepsgronden, het verzet wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.