ECLI:NL:RBDHA:2017:14191
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onroerende zaakbelasting: beroepen tegen WOZ-waardebeschikkingen winkelcentrum ongegrond verklaard
De zaak betreft beroepen van eiseres tegen door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van 126 objecten in een winkelcentrum voor de jaren 2015 en 2016. Eiseres betwist de gehanteerde huurwaardekapitalisatiefactor en stelt dat de overdrachtsbelasting en andere kosten ten onrechte zijn meegenomen in de waardebepaling. Verweerder heeft de waarden na bezwaar verlaagd, maar eiseres is daarmee niet akkoord gegaan.
De rechtbank oordeelt dat de methode van huurwaardekapitalisatie geschikt is en dat verweerder een gedegen systeem hanteert dat marktgegevens en leegstandrisico's adequaat verwerkt. De verkrijgingsfictie vereist correcties op basis van gemiddelde leegstand en marktconforme huren, waarbij de rechtbank het betoog van eiseres dat de opzegtermijn als leegstand moet worden gerekend, verwerpt.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de overdrachtsbelasting in principe niet tot de waarde behoort, maar verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de wijze waarop dit in het systeem wordt verwerkt. Desalniettemin acht de rechtbank de vastgestelde waarden niet te hoog en verklaart zij de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardebeschikkingen voor 2015 en 2016 worden ongegrond verklaard.