Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
BESLISSING
,
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van de schuldenaar tegen het faillissementsvonnis van 14 november 2017. De schuldenaar had een verzoekschrift ingediend tot vernietiging van het faillissement, waarbij tevens de benoeming van een curator en rechter-commissaris was vastgesteld.
Tijdens de zitting op 28 november 2017 werd duidelijk dat partijen een betalingsregeling waren overeengekomen. Deze regeling houdt in dat een deelbetaling direct na vernietiging van het faillissement zal plaatsvinden met geld van een derde, en dat de resterende vordering gedurende zeven dagen niet opeisbaar zal zijn in afwachting van een verdere regeling. Zowel de aanvrager als de curator stemden hiermee in.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet langer in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen, omdat de betalingsregeling is getroffen en partijen hiermee instemmen. Dit oordeel is gebaseerd op een ex nunc toetsing, waarbij de actuele feiten en omstandigheden worden meegewogen.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard en het faillissement vernietigd. Tevens stelde de rechtbank het salaris van de curator en de faillissementskosten vast en legde deze kosten ten laste van de schuldenaar.
Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het faillissement van 14 november 2017 wordt vernietigd.