Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 maart 2017, met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 5;
- het tussenvonnis van 28 juni 2017 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- het proces-verbaal van comparitie van 20 oktober 2017.
2.De feiten
- het woonhuis van [eiser] ;
- twee percelen landbouwgrond;
- een bedrag van € 148.305,35 aan contant geld;
- een banktegoed bij ING Bank van € 73.688,15;
- vier landbouwvoertuigen en twee personenauto’s.
Artikel 511c Sv voorziet in de mogelijkheid van het treffen van een schikking in ontnemingszaken. Bedoeld artikel luidt, voor zover hier van belang:
10. Ik, notaris, op verzoek van [eiser] en de Staat der Nederlanden hierbij namens [eiser] en de Staat der Nederlanden verklaar dat ten gevolge van de hiervoor vermelde afstandsverklaring en eigendomsverklaring van [eiser] , definitief en onherroepelijk vastgelegd, in de Vaststellingsovereenkomst, alsmede de verbeurdverklaring van de advocaat-generaal bij het Ressortsparket, locatie Arnhem-Leeuwarden, aan de vereisten van artikel 116 lid 2 sub c van Pro het Wetboek van Strafvordering wordt voldaan en de Registergoederen mede in gevolge artikel 35 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht aan de Staat der Nederlanden (Rijksvastgoedbedrijf) zijn vervallen.”