ECLI:NL:RBDHA:2017:14537
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Op 27 november 2017 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 25 november 2017, waarbij aan eiser, een Cubaanse asielzoeker, een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft op 4 december 2017 mondeling uitspraak gedaan. De gemachtigde van eiser voerde aan dat de maatregel onrechtmatig was, mede omdat het Cubaanse paspoort van eiser authentiek is en asielaanvragen van Cubanen doorgaans in de verlengde asielprocedure worden behandeld. De rechtbank oordeelt echter dat de Staatssecretaris bevoegd was om de grensprocedure toe te passen en de vrijheidsontnemende maatregel op te leggen, aangezien er geen reden is om te twijfelen aan de mogelijkheid om binnen vier weken een beslissing te nemen.
De rechtbank begrijpt dat de vrijheidsontnemende maatregel zwaar valt voor eiser, maar stelt dat dit niet afwijkt van andere gevallen. Het bezit van een authentiek paspoort en de behandeling van andere Cubaanse asielaanvragen in de verlengde procedure rechtvaardigen niet het opheffen van de maatregel. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan onderbouwing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.