Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) van 22 september 2016, waarin zijn aanvraag om vergoeding van legeskosten bij het aanvragen van een verblijfsvergunning humanitair op medische gronden werd afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 17, vijfde en zesde lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) legeskosten niet als buitengewone kosten voor vergoeding in aanmerking komen. De uitzonderingen op deze regel zijn niet van toepassing op eiser. Het COA heeft derhalve terecht de aanvraag afgewezen.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van détournement de pouvoir, aangezien het COA zijn bevoegdheid niet heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend. Ook is het standpunt van eiser dat besluiten van de IND betrokken moeten worden bij de beoordeling niet gevolgd, omdat het verschillende bestuursorganen betreft.
Het Chakroun-arrest en de interpretatie daarvan door de minister van Justitie zijn niet relevant voor de beoordeling van de vergoeding van legeskosten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding van legeskosten wordt ongegrond verklaard.