ECLI:NL:RBDHA:2017:14568

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
11 december 2017
Zaaknummer
NL17.12470
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • T.J. Sleeswijk Visser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublin-verordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublin-verordening. Eiser betoogde minderjarig te zijn, terwijl verweerder uitging van meerderjarigheid zoals geregistreerd in Duitsland.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van de in Duitsland geregistreerde geboortedatum. Eiser heeft geen overtuigend bewijs geleverd dat deze registratie onjuist is. De door eiser overgelegde doopakte is niet geschikt als identificerend document en de verklaring van Nidos wordt niet als deskundig erkend voor leeftijdsbepaling. Ook heeft eiser niet kunnen verklaren waarom de Duitse registratie onjuist zou zijn.

Verder is geoordeeld dat verweerder het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet onterecht heeft toegepast. De door eiser aangehaalde rapporten zijn door verweerder voldoende betrokken in zijn besluitvorming. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage
Bestuursrecht
zaaknummer: NL17.12470
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. A. Szirmai),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Söylemez).

Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 6 juli 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.12471, plaatsgevonden op 5 december 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door [persoon A], waarnemer van de gemachtigde van eiser. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is ter zitting verschenen T. Tzegai, als tolk.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte uitgaat van de geboortedatum [geboortedatum] 1991, zoals die in Duitsland staat geregistreerd. Eiser stelt minderjarig te zijn en dat verweerder daarom ten onrechte zijn aanvraag niet in behandeling heeft genomen.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht is uitgegaan van de geboortedatum zoals deze in Duitsland staat geregistreerd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de in Duitsland geregistreerde geboortedatum onjuist is. Eiser heeft geen identificerende documenten overgelegd. De door hem overgelegde doopakte kan niet als zodanig worden aangemerkt, omdat een doopakte geen informatie geeft over iemands identiteit. De verklaring van Nidos kan eiser evenmin baten. Nidos beschikt niet over de vereiste deskundigheid om uitspraak te kunnen doen over eisers leeftijd. Mede in aanmerking genomen dat eiser niet heeft kunnen verklaren waarom de registratie in Duitsland niet juist is, heeft verweerder in deze verklaring van Nidos dan ook geen aanleiding hoeven zien een leeftijdsonderzoek aan te bieden.
Dat verweerder ten onrechte ten aanzien van Italië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat, volgt de rechtbank evenmin. Anders dan eiser aanvoert, heeft verweerder de door eiser aangehaalde rapporten voldoende en in onderlinge samenhang betrokken bij zijn besluitvorming.
Het beroep is ongegrond.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Sleeswijk Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2017.
griffier
rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.