ECLI:NL:RBDHA:2017:1457

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 februari 2017
Publicatiedatum
20 februari 2017
Zaaknummer
17/1757
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 17 Verordening (EU) nr. 604/2013VluchtelingenverdragEuropees Verdrag voor de Rechten van de Menskwalificatierichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser, een Jemenitische vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Portugal als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.

De rechtbank bevestigt dat Portugal partij is bij relevante internationale verdragen en richtlijnen, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Portugal zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, ondanks zijn stelling dat zijn opvang in Portugal onvoldoende was en hij vreest terugkeer naar Jemen.

De staatssecretaris heeft de humanitaire clausule terughoudend toegepast en vond de door eiser aangevoerde omstandigheden niet voldoende onderbouwd om hiervan af te wijken. De rechtbank oordeelt dat de asielaanvraag terecht niet aan Nederland is toegekend en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 17/1757
V-nummer: [nummer]
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 8 februari 2017 in de zaak tussen

[naam] , eiser,

gemachtigde: mr. F.A. van den Berg,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 24 januari 2017 (bestreden besluit) waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 februari 2017. Eiser is, met voorafgaande afmelding, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.M.H.W. van Heerenbeek. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. Daartoe wordt het volgende overwogen.
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Jemenitische nationaliteit. Hij verblijft als vreemdeling in Nederland. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat gebleken is dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
3. Niet is in geschil is dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. In geschil is of verweerder op grond van artikel 17 van Pro de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) de asielaanvraag van eiser aan zich had moeten trekken.
4. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat Portugal partij is bij het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en dat de diverse richtlijnen (kwalificatierichtlijn, opvangrichtlijn, procedurerichtlijn en terugkeerrichtlijn) ook voor dit land gelden.
5. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder ervan uitgaan dat Portugal zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat Portugal dat niet doet. Eiser is hierin niet geslaagd. Enkel het standpunt dat zijn opvang in Portugal onvoldoende is geweest en dat hij vreest door dat land naar Jemen te worden teruggestuurd biedt bij gebreke van onderbouwing daarvan onvoldoende aanknopingspunten voor de aanwezigheid van ernstige aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de opvang en asielprocedure in Portugal.
6. Verweerder heeft een ruime beoordelings- en beleidsvrijheid bij de vraag of de humanitaire clausule moet worden toegepast. Verweerder maakt daar volgens zijn beleid terughoudend gebruik van. Verweerder heeft de door eiser aangevoerde, niet onderbouwde, omstandigheden niet zodanig bijzonder hoeven achten dat toepassing van deze humanitaire clausule is aangewezen.
7. Gezien het voorgaande heeft verweerder in de door eiser aangevoerde gronden geen reden hoeven zien om zijn asielverzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken.
8. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Van omstandigheden op grond waarvan één der partijen moet worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2017.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.