ECLI:NL:RBDHA:2017:1458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende studievoortgang door onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een buitenlandse student uit Nigeria, kreeg een verblijfsvergunning voor studie die met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang. Verweerder baseerde dit op de afmelding van de referent, die stelde dat er geen verschoonbare redenen waren voor de studievertraging. Eiseres voerde aan dat medische problemen, waaronder een val op het hoofd met blijvende klachten, de studievertraging veroorzaakten en overlegde medische stukken ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat artikel 12 van Pro de Studierichtlijn correct is geïmplementeerd in het nationale recht en dat de norm voor studievoortgang adequaat is vastgelegd. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder en referent de verantwoordelijkheid om te beoordelen of de studievertraging verschoonbaar was, bij elkaar legden, waardoor geen volledige beoordeling van de feiten en medische stukken plaatsvond.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder ten onrechte geen hoorzitting heeft gehouden, terwijl dit gezien de omstandigheden en het bezwaar niet uitgesloten was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder zes weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen met volledige belangenafweging.