Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Afghaanse familie, hebben meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan eerdere aanvragen zijn afgewezen en verblijfsvergunningen zijn ingetrokken. Na diverse procedures en uitspraken, waaronder door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak, dienden eisers een vierde asielaanvraag in met nieuwe stukken.
De staatssecretaris verklaarde deze nieuwe aanvragen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe elementen (nova). Eisers betoogden dat de stukken authentiek zijn en verwezen naar een brief van de Afghaanse ambassade en een verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De rechtbank oordeelde dat deze stukken niet als nova konden worden aangemerkt omdat ze eerder hadden kunnen worden overgelegd.
Verder werd het asielrelaas van eisers als ongeloofwaardig beschouwd en was er geen sprake van een situatie die de Bahaddar-exceptie zou rechtvaardigen. De rechtbank concludeerde dat uitzetting naar Afghanistan geen onmiskenbaar risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvragen worden ongegrond verklaard.