Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] ,
thans de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder is afgewezen op grond dat geen zienswijze was ingediend. Eiser stelde echter dat hij op 24 februari 2017 een zienswijze heeft ingediend, wat hij aannemelijk maakte met een latere brief van 15 april 2017 waarin hij verwees naar die eerdere brief en aangaf deze te willen aanvullen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder had moeten begrijpen dat de zienswijze niet in het dossier was opgenomen en dat hij navraag had moeten doen, ook al was de termijn voor het indienen van de zienswijze verstreken. Volgens artikel 3.116, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 moet ook rekening worden gehouden met een na afloop van de termijn ontvangen zienswijze als de beschikking nog niet bekend is gemaakt.
Verweerder heeft het besluit niet zorgvuldig voorbereid in strijd met artikel 3:2 Awb Pro, waardoor eiser in zijn belangen is geschaad. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van € 990,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.