Uitspraak
Rechtbank Den HAAG
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 12 september 2017 ingekomen verzoek van:
[verzoekster] ,
[belanghebbende]
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift.
Rechtbank Den Haag
De moeder heeft een verzoek ingediend op grond van het Haagse Verdrag tot teruggeleiding van haar drie kinderen die zonder haar toestemming van Duitsland naar Nederland zijn overgebracht door de vader. De rechtbank stelt vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen Duitsland is, waar zij sinds 2009 wonen en naar school gaan.
De rechtbank beoordeelt dat de overbrenging van de kinderen naar Nederland ongeoorloofd is in de zin van het Verdrag. Voor het jongste kind wordt de onmiddellijke terugkeer gelast, waarbij ouders overeenstemming bereikten over een zorgregeling met hoofdverblijf bij de moeder in Duitsland.
Voor de oudste twee kinderen is de teruggeleiding afgewezen omdat zij zich uitdrukkelijk verzetten tegen terugkeer en voldoende rijp zijn om met hun mening rekening te houden. De rechtbank acht hun verzet authentiek en consistent, ondanks mogelijke beïnvloeding door de vader. De proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van het jongste kind naar Duitsland en wijst het verzoek tot teruggeleiding van de oudste twee kinderen af vanwege hun verzet.