ECLI:NL:RBDHA:2017:15012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van Wob-verzoeken
Eiser heeft bij verweerder op 2 juni 2016 achtentwintig verzoeken ingediend die hij als Wob-verzoeken aanduidde. Hij klaagde over het gedrag van verweerder en diens ambtenaren en wilde antwoorden en documenten ontvangen om de waarheid te achterhalen. Verweerder stelde dat deze verzoeken geen Wob-verzoeken zijn, omdat ze niet zien op openbaarmaking van bestaande documenten maar op meningen en standpunten.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeken niet voldoen aan de definitie van een Wob-verzoek zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Wob, omdat ze niet zien op openbaarmaking van informatie in bestaande documenten. Ook verzoeken om het opstellen van nieuwe verklaringen of documenten vallen hier niet onder. Hierdoor zijn geen wettelijke termijnen gaan lopen en is er geen sprake van een besluit of een besluitgelijkgestelde niet-tijdige beslissing.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verzoeken geen Wob-verzoeken zijn.