ECLI:NL:RBDHA:2017:15293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen door ISIS
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van bedreigingen die hij en zijn familie zouden hebben ontvangen van ISIS. Hij onderbouwde zijn aanvraag met verklaringen over telefonische bedreigingen, een dreigbrief en een incident waarbij zijn grootvader's winkel werd beschoten. Tevens voerde hij in beroep aan dat hij homoseksueel is, wat een nieuw asielmotief zou zijn.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de bedreigingen ongeloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat ISIS daadwerkelijk achter de bedreigingen zat. De dreigbrief werd als twijfelachtig beoordeeld, en het verband tussen de bedreigingen en de beschieting van de winkel was onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het nieuwe asielmotief van homoseksualiteit niet in deze procedure kan worden beoordeeld, omdat dit niet in het oorspronkelijke asielrelaas was opgenomen en de rechterlijke procedure niet is ingericht voor nieuwe motieven.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meijers op 24 oktober 2017 in Den Haag.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van bedreigingen en nieuw asielmotief niet-ontvankelijk.